Blog serie - De ideale opdrachtgever bestaat niet 1/1
Ik geloof niet in de ideale opdrachtgever. Niet als vast profiel, niet als iemand die je op een lijstje kunt zetten en dan naar toe kunt werken.
Deze reeks is mijn manier om dat idee van alle kanten te bekijken. Waarom een wensenlijst geen klant is. Waarom het soms toch om een match gaat. Welke types opdrachtgevers je in de praktijk daadwerkelijk tegenkomt. En waarom illustratie sowieso meer is dan uitvoeren wat er gevraagd wordt.
Een aantal korte stukken, geen sluitend antwoord. Lees ze los, of achter elkaar.
De ideale klant bestaat niet
Er wordt veel geschreven over het vinden van je ideale klant. Maak een lijst, schrijf op wat voor bedrijf, welk budget, welke houding je zoekt, en werk daar vanaf nu doelgericht naartoe.
Ik twijfel daarover. Niet omdat ik het proces niet snap, maar omdat er volgens mij twee stellingen tegenover elkaar staan, en ik nog niet weet welke ik zelf onderschrijf. Ik zet ze hier naast elkaar. Bepaal zelf maar welke standhoudt.
Stelling A: ik moet weten wie mijn ideale opdrachtgever is
Deze stelling zegt: als je helder hebt wie je ideale opdrachtgever is, filter je sneller. Je herkent een slechte match eerder, en je zegt met meer overtuiging nee tegen opdrachten die toch niet gaan werken. Een profiel geeft richting aan waar je je energie in stopt, en voorkomt dat je jaren blijft hangen bij opdrachtgevers die eigenlijk niet passen.
Er zit ook iets in van zelfvertrouwen. Als je weet wat je waard bent en wat je zoekt, onderhandel je vanuit een andere positie dan wanneer je blij bent met alles wat langskomt.
Stelling B: de ideale opdrachtgever bestaat niet
Deze stelling zegt: zodra je opschrijft wat je ideale opdrachtgever zou zijn, zie je dat het een optelsom van wensen is die in de praktijk nooit allemaal tegelijk voorkomen. Elke opdracht is een ruil. Vrijheid tegenover budget, geld tegenover deadline, zeggenschap tegenover een strakke briefing. Er bestaat geen opdracht zonder ruil, dus een profiel zonder ruil is per definitie een illusie.
Deze stelling zegt ook dat een ideaalbeeld als meetlat je juist een permanent gevoel van tekortschieten geeft. Er is altijd een reden waarom de opdrachtgever die je wél hebt net niet ideaal is.
Wat die ideale klant eigenlijk zou moeten zijn
Als ik eerlijk opschrijf wat mijn ideale klant zou zijn, kom ik op iets als dit. Volledige creatieve vrijheid. Een contract met voorwaarden die alleen voor mij als freelancer gunstig zijn. Geen deadline, of een hele ruime. Een vergoeding die hoger ligt dan de tijd die ik erin steek. En daarbovenop een ruime hergebruikvergoeding, of een percentage royalties dat de moeite waard is.
Zet dat rijtje bij elkaar en je ziet meteen het probleem. Dit is geen klant. Dit is een verlanglijst. En verlanglijsten bestaan niet in de praktijk, ze bestaan om vervolgens tegen de werkelijkheid aan te lopen.
Elke opdracht is een ruil
De opdrachten die ik wél krijg, zijn stuk voor stuk een optelsom van compromissen. De ene klant geeft me alle ruimte in de uitwerking, maar het budget is beperkt. De andere betaalt uitstekend, maar de deadline ligt vast en de briefing is strak. Weer een ander regelt een faire vergoeding voor hergebruik, maar daar staat tegenover dat de creatieve vrijheid klein is.
Geen van die opdrachten is de ideale klant. Ze zijn allemaal een andere verdeling van dezelfde knop. Meer van het één betekent bijna altijd minder van het ander.
Ik denk dat het zoeken naar de ideale klant eigenlijk het zoeken is naar een opdracht zonder ruil. En die bestaat niet, tenzij je zelf de opdrachtgever bent.
Waar ik wel houvast aan heb
In plaats van een ideaalbeeld probeer ik voor mezelf helder te krijgen welke twee of drie dingen niet onderhandelbaar zijn, en de rest laat ik los. Bij het ene project is dat de zeggenschap over de stijl. Bij het andere project is het simpelweg het geld, omdat het een klus is die ik puur doe om iets anders te kunnen financieren.
Dat scheelt me een hoop frustratie. Ik ga een gesprek niet meer in met de verwachting dat alles klopt. Ik ga een gesprek in met de vraag: welke van mijn twee of drie punten staan hier tegenover elkaar, en kan ik daarmee leven.
Welke van de twee stellingen houdt bij jou stand?
Bij het schrijven van deze tekst heb ik gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel, bijvoorbeeld voor het structureren en opstellen van de tekst. De uiteindelijke inhoud is door mij beoordeeld, aangevuld en geredigeerd.