De driehoeksverbinding: welke drie invloeden vormen jouw praktijk?

Ik had laatst een coachinggesprek waarin een oude tip van een Kunstacademie-docent weer naar boven kwam. Compositie werkt het sterkst met drie elementen die een relatie met elkaar aangaan. Geen twee, geen vier. Drie.

Die drie punten vormen samen een driehoek. En een driehoek is, compositorisch gezien, gewoon ijzersterk. Het oog blijft erin bewegen, van punt naar punt, zonder ooit helemaal stil te vallen.

Hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik zag dat dit principe verder reikt dan een tekening alleen. Het gaat net zo goed op voor een hele praktijk. Niet alleen voor je beeldtaal, maar ook voor hoe je denkt, hoe je communiceert, en hoe je je onderneming vormgeeft.


Eén vak is zelden genoeg om onderscheidend te zijn

Vakmanschap in illustratie of grafisch ontwerp is de basis. Dat spreekt voor zich. Maar als je alleen dat ene punt hebt, blijft je werk vaak vakkundig zonder dat het echt van jou wordt. Er ontbreekt een laag.

Waarschijnlijk heb jij, ergens in je leven, iets anders gedaan of geleerd dat nog steeds meetrekt. Een vorige studie. Een instrument. Een sport die je jarenlang deed. Familietradities. Een fascinatie die op het eerste gezicht niets met tekenen te maken heeft, maar die toch al die tijd meebeweegt.

Bij mij zijn dat theater en muziek. Niet als leuk weetje, maar als iets dat letterlijk terugkomt in hoe ik een spread opbouw of een personage plaats. Maar dat is mijn invulling. Die van jou ziet er waarschijnlijk anders uit.

Er is trouwens nog iets dat ik pas later over mezelf ontdekte, en dat niet direct over beeldtaal gaat, maar wel over hoe ik werk. Ik ben hooggevoelig. Dat zorgt voor een sterke inleving in opdrachtgevers, en het stuurt inmiddels ook mee in welke opdrachten en opdrachtgevers ik kies. Niet elke invloed hoeft dus zichtbaar te zijn in je stijl. Sommige zitten meer in hoe je samenwerkt, of in wat voor werk je wel of juist niet aankunt.


De driehoek gaat verder dan alleen beeld

Compositie is maar één plek waar dit principe zich laat zien. Er zijn meer terreinen in je praktijk waar drie punten samen iets sterkers vormen dan één punt alleen.

Je manier van kijken. Waar valt je oog als eerste op, in een straat, een gesprek, een ruimte? Bij mij is dat vaak iets kleins dat net niet in het midden staat. Dat is geen toeval, dat komt ergens vandaan.

Je manier van creatief denken. Sommige mensen denken associatief, springen van het ene idee naar het andere. Anderen denken juist heel gestructureerd, bouwen laag voor laag. Welke twee, naast je vaktechnische kennis, bepalen hoe jij tot een idee komt?

Communicatie. Hoe leg je iets uit aan een opdrachtgever die zelf niet visueel denkt? Ik gebruik daar vaak theatertaal voor, scènes, blocking, timing, omdat dat is hoe ik het zelf ervaar. Iemand anders gebruikt misschien muziektermen, of juist een heel nuchtere, technische taal.

Strategie voor je onderneming. Ook hier werkt een enkel uitgangspunt vaak dunnetjes. Bij mij zijn dat drie dingen die samen sturen welke opdrachten ik aanneem: mijn vakgebied, mijn hooggevoeligheid, en de behoefte aan langere, diepere samenwerkingen in plaats van korte, snelle klussen.


Hoe je je eigen driehoeken vindt

Denk terug aan wat je deed voordat je illustrator werd, of wat je nog steeds naast je werk doet. Niet de dingen die je "zou moeten" noemen als inspiratie, maar de dingen waar je daadwerkelijk tijd in steekt of ooit in stak.

Vraag jezelf dan af, per terrein, welke twee dingen er meetrekken naast je vaktechnische kennis. Bij beeldtaal is dat misschien iets anders dan bij hoe je communiceert, en dat is prima. Je hoeft niet één driehoek te vinden die overal past. Het mag er meerdere zijn.

Dat is lastiger dan het klinkt. De invloeden die het meest bepalend zijn, voelen vaak zo vanzelfsprekend dat je ze niet meer als invloed herkent. Ze zitten gewoon in hoe je werkt, niet in wat je bewust beslist.


Waarom het benoemen ervan verschil maakt

Zolang een invloed onbenoemd blijft, sijpelt hij toevallig mee. Zodra je hem wel benoemt, wordt hij iets waar je bewust op kunt bouwen.

Dat kan heel praktisch zijn. Een fascinatie voor architectuur kan bijvoorbeeld direct vertaald worden naar hoe je een achtergrond opbouwt. Ervaring met dans kan doorwerken in hoe je beweging suggereert in een stilstaand beeld. Een eigenschap als hooggevoeligheid kan bepalen met welk soort opdrachtgevers je het beste tot je recht komt, en welke opdrachten je juist beter kunt laten liggen.

Het gaat er niet om dat je nu drie willekeurige dingen bij elkaar zoekt om origineel te lijken. Het gaat om eerlijk terugkijken naar wat er al is, en dat een naam geven.


Een korte oefening

Pak een blaadje. Kies één terrein, bijvoorbeeld je beeldtaal, je manier van communiceren, of hoe je opdrachten kiest. Schrijf daar drie dingen bij op: het vakmatige uitgangspunt, en twee andere invloeden die je nu herkent als iets dat meetrekt. Kijk er dan even naar als een driehoek, niet als een lijstje.

Wat verandert er als je die verbinding bewust ziet, in plaats van toevallig?


Naar een compositieles van een docent aan de Kunstacademie.

Bij het schrijven van deze tekst heb ik gebruikgemaakt van AI als hulpmiddel, bijvoorbeeld voor het structureren en opstellen van de tekst. De uiteindelijke inhoud is door mij beoordeeld, aangevuld en geredigeerd.